Kerkgang

Kerkgang

Na een bevalling bestempelde de kerk een vrouw als onrein totdat ze de kerkgang had gedaan.

Onrein

De zwangerschap werd destijds bestempeld als een onreine periode. Sommige middeleeuwers waren er zelfs van overtuigd dat er nooit meer gras groeide op een plek waar een onreine vrouw gelopen had.

Kraamperiode

Na de bevalling moest een vrouw in vroeger tijden binnenshuis blijven. Ze mocht zich tijdens die kraamperiode niet op straat vertonen of bezoeken afleggen. Kraamvisite was wel toegelaten. Na de kerkgang mocht ze pas weer buitenshuis komen.

De kerkgang

Tijdens dat eerste bezoek aan de kerk, na de bevalling, zegende de priester de vrouw. Die zegening werd beschouwd als dank voor het nieuwe leven, maar werd ook gezien als een ritueel waarbij de vrouw gezuiverd werd van haar zondige toestand.

Bij dit eerste kerkbezoek moest de jonge moeder achteraan in de kerk wachten tot de priester, met wit koorhemd en witte stool, vergezeld van een misdienaar met wijwaterkwast, haar kwam afhalen. Na een eerste zegening, kreeg ze een brandende kaars in de linkerhand en moest ze met de rechterhand de stool van de priester vasthouden terwijl ze plechtstatig langs de zijbeuk voortschreden tot aan het Maria-altaar, waar gebeden werd. Daarna werd ze  opnieuw gezegend. Na de rituele zegening was de vrouw weer rein tot een volgende geboorte.

De kerkgang raakte in onbruik aan het begin van de zestiger jaren.