Je bekijkt nu Struikelstenen

Struikelstenen

Karel Pekelharing

In Europa zijn er al meer dan 60.000 struikelstenen geplaatst. Ze herinneren aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen week kregen vijf stenen een plekje in Amsterdam. Eén daarvan draagt de naam van Karel Pekelharing. Hij behoorde tot een groep verzetsstrijders die, door de Duitsers werden opgepakt en gefusilleerd.

Foto: Karel Pekelharing (1942)

Struikelstenen

Struikelstenen zijn kleine blokjes van 10x10x10 centimeter die in de stoepen worden geplaatst. Daarmee wordt de voorbijganger attent gemaakt op  slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog . De bovenkant van de stenen bestaat uit een bronskleurig metalen plaatje met daarop de naam en geboortedatum van het slachtoffer en de datum en plaats van deportatie en overlijden.

Van Hoorn naar Heerlen

Het katholieke gezin Pekelharing woonde aanvankelijk in Hoorn. Het telde acht kinderen waarvan Karel, geboren in 1909, de zesde was. De familie verhuisde eerst naar Wageningen en later naar Heerlen. Daar was de vader Jules werkzaam als kok in de horeca. In 1916 overleed zijn vrouw. Hij liet daarop het gezin in de steek en vertrok naar Polen.
Een bakker in Heerlen ontfermde zich over de acht kinderen. De jongsten mochten bij hem in een niet-gebruikte oven slapen. Ze werden daar ’s avonds met houten broodplanken ingeschoven.

Van Heerlen naar Heel

De oudste kinderen wisten geld los te peuteren van familieleden en de vijf jongsten konden daardoor naar een kostschool. Dat werd Klein-Bethlehem in Heel. Daar heeft Karel een deel van zijn lagere schooltijd doorlopen. 

Tegendraads

Karel was een tegendraadse jongen die zich moeilijk aanpaste aan het regime van de zuster. Hij deed een aantal “weglooppogingen” die mislukten. Op zijn twaalfde wist hij definitief aan Klein-Bethlehem en de zusters te ontsnappen. Hij reisde naar Haarlem, de plaatst waar twee van zijn broers inmiddels woonden. Ook daar bleef hij niet lang. Er zat een onrust in hem. Nooit zou hij het ergens lang uithouden.

Klein-Bethlehem - Heel

Onrustige geest

Karel had brede artistieke ambities. Hij bekwaamde zich in de moderne dansexpressie en werd balletdanser bij het Nederlands Ballet. Hij schreef gedichten en literatuur en was kunstschilder. “Hij was getalenteerd op te veel gebieden, maar hij had een onrustige geest waardoor hij zich nooit kon concentreren op één gebied“, aldus zijn zus Mop.

Onderduiken

Tijdens de oorlog moest hij, als kunstenaar, verplicht toetreden tot de Cultuurkamer. Dat was een, door de Duitsers ingesteld controlerend instituut, waarvan je lid moest zijn om als kunstenaar te mogen werken. Pekelharing, die uitgesproken antifascistisch was, weigerde lid te worden.
Door die antifascistische houding, het feit dat hij communist was en vanwege zijn homoseksualiteit moest hij al vrij snel onderduiken.

Bekendmaking instelling Cultuur-kamer

Verzet

Tijdens de bezetting was hij actief bij de illegale pers. Samen met een andere kunstenaar schreef hij een anti-oorlogsrevue “Die nacht schreit”. Samen voerden ze de revue illegaal op. De opbrengst was voor een steunfonds voor kunstenaars die niet aangesloten waren bij de Cultuurkamer.

Overvallen

Hij was ook betrokken bij overvallen op distributiekantoren waarbij ze bonkaarten buitmaakten voor onderduikers.
In de nacht van 30 April op 1 mei 1944 nam hij deel aan een aanval op het huis van bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. De overval mislukte en tien dagen later werd hij het American Hotel door de Sicherheitspolizei opgepakt, gemarteld en ter dood veroordeeld.

Voedselbonnen

Afscheidsbrief

Op 10 juni 1944 schreef hij een afscheidsbrief aan zijn broer. Daarin kijkt hij ook terug op zijn tijd in Heel. Hij schreef:

Ik heb me nooit kunnen ontwortelen geloof ik aan de kostschoolromantiek. Mop [de zus van Karel] weet wel in welke hoogdravende geest ik haar “heldenbrieven” schreef vanuit [Heel]. Deze “Ridderromantiek” heeft mij nooit geheel losgelaten – en daarbij kwam dan mijn sterke drang naar het theatrale, mijn ijdelheid en mijn nooit precies weten: wat te willen. Iets wilde ik zijn – tot worden gunde ik mijzelf en het leven geen tijd. […]”

Die avond van de 10e juni werd hij, 35 jaar oud, geëxecuteerd in de duinen bij Overveen, een plaatsje dat nu tot de gemeente Bloemendaal behoort.

Herdenken

Verzetsstrijder en dolende ziel Karel Pekelharing wordt met de struikelsteen herdacht in de Amsterdamse Rombout Hogerbeetsstraat, de straat waar hij ondergedoken zat. Karel Pekelharing ligt begraven op de Erebegraafplaats in Bloemendaal.

Rombout Hogerbeetsstraat ca. 1950
Extra

Struikelstenen

Kijk naar een korte video over de gedachten achter de struikelstenen of stolpersteine.

error: Content is beschermd.