Je bekijkt nu Winterkou

Winterkou

Foto: IJsbloemen op de ramen

De winterkou heeft ons even in de greep. In huis kan ons die kou niet deren dankzij de (hybride)ketel of de warmtepomp. Hoe was dat vóór de tijd van de zelfdenkende thermostaat.

Heemkring Heel | Door Wim Coolen
11 januari 2026

Centrale verwarming

In 1959 werd de gasbel in Slochteren ontdekt. Nederland bleek opeens te beschikken over één van de grootste gasvelden van de wereld. Tien jaar later gebruikte driekwart van de Nederlandse huishoudens aardgas om te koken en te verwarmen. De centrale verwarming werd een basisvoorziening en zorgde voor aangename warmte door het hele huis.

Kachels

Voor die tijd stond in de huiskamer een kolenhaard, die alleen ’s avonds en op zondag opgestookt werd. In de keuken stond de stoof. Daarop werd gekookt maar het kacheltje zorgde ook voor de behaaglijke warmte die de ijsbloemen op de ramen deed smelten.
Het stookseizoen vereiste voorbereiding. Er moest gezorgd worden voor voldoende (aanmaak)hout en de kolenboer vulde het kolenhok met eierkolen of antraciet.

Vast ritueel

De winterochtenden hadden een vast patroon met vaste rituelen. Terwijl iedereen nog in bed lag stond moeder-de-vrouw in alle vroegte op om de kachel op te stoken. De schuif boven de asla werd snel heen en weer bewogen, de as viel in de la, en er kwam weer leven in het vuur dat de hele nacht had liggen smeulen. Met de kolenkit werd voorzichtig een ladinkje kolen bij geschud. Dan kwam de kachel tot leven. De rode gloed verdreef de kilte van de vroege winterochtend en vulde de keuken met een warme gezelligheid. Het muërke [waterketeltje] met vers koffiewater werd op de stoof gezet en het ontbijt klaargemaakt. Dan was het tijd om de rest van de familie wakker te roepen.

Winterkou

Piet Delhoofen beschrijft dat winters ochtendmoment treffend in zijn boek “Boerenzoon en babyboomer”.

Er was boven geen verwarming zodat ’s winters de bloemen op de ramen stonden: onze uitgewasemde adem schilderde unieke en schitterende patronen op de enkelglazen ruiten. We sliepen onder dikke zware gevulde dekens in onze flanellen pyjamaatjes. Opstaan stelde je uit vanwege het koude zeil aan je voeten, tot het niet meer kon vanwege een moeder die de dekens van je aftrok. En als je dan na een stevig ontbijt met gebakken eieren en havermoutpap buiten kwam, kon je in de sneeuw je naam pissen.

Piet Delhoofen, Boerenzoon en babyboomer, Een dorpsjeugd in Heel 1945-1965, p. 116 (2018)
Herinnering

Maandag 12 januari – 19.30 uur – CC Don Bosco

  • Lezing over de Romeinse graven (Hoe zag zo’n graf eruit – Wat ligt er in zo’n graf – Wie lagen er begraven? En vele andere verrassende en boeiende verhalen)
  • Informatie over het project “Ontdek het Romeins verleden”
  • Uitleg over de manier waarop u daaraan kunt meewerken
error: Content is beschermd.