Kattenkwaad

Kattenkwaad

Dit jaar geen uitbundig vuurwerk tijdens Oud op Nieuw. Wel was er “kindervuurwerk”. De Haelder jeugd hield zich vroeger ook bezig met klein (knal)vuurwerk. Kattenkwaad was het, zoals blijkt uit het verhaal van Léon Janssen uit Heel.

Cabidschieten

Onlangs plaatsten we een blogverhaal over carbid. We vertelden dat het in sommige delen van het land een gebruik is om met carbid te schieten. Dat doen ze daar met melkbussen en zelfs giertonnen.

Ook de Haelder jeugd deed vroeger aan carbidschieten. Niet zoals die grote jongens, in andere delen van het land. Kattenkwaad was het, zoals blijkt uit het verhaal van Léon Janssen uit Heel.

Kattenkwaad

“Wij maakten tijdens onze jeugd ook een soort vuurwerk met carbid. Hoe we aan die carbid kwamen weet ik niet. We gebruikten daarbij een leeg blik van ‘rinse appelstroop’. Allemaal om de beurt erin ‘tuffen’, carbid erin, de deksel erop en vervolgens een brandend ’zwaegelke’ bij het gaatje dat we met een spijker in de bodem hadden geslagen. De deksel vloog er dan met een knal af. Het blik werd met een voet op z’n plaats gehouden om de deksel richting te geven. Je moest daarbij wél uit de buurt van de veldwachter blijven. Kattenkwaad noemden ze dat toen nog.”

 

(Tuffen: speeksel spuwen / Zwaegelke: lucifer)

Gezegden

Daarnaast kregen we van Léon nog een Haelse gezegde over carbid en twee Brabantse varianten daarop.

De Brabantse varianten:

“Hij moest carbid lusten, dan kon hij vlammekes pissen!”

Ook is er nog een nettere (Woenselse) uitvoering:

“Hij moest carbid lusten, dan kon hij ploffen!”

Naar de betekenis van de gezegden mag u zelf raden.

Lees ook ons blogverhaal van Oud en Nieuw 2020, over het verbod op vuurwerk.