De adventskalender

De adventskalender

Tot de 16e eeuw kregen kinderen op 6 december cadeautjes om de verjaardag van Sint-Nicolaas te vieren. De godsdiensthervormer Maarten Luther was tegen de verering van heiligen en veranderde daardoor die traditie in landen als Duitsland en Oostenrijk. Daar worden sindsdien de cadeautjes op eerste kerstdag gegeven.

In 1839 begon de Duitse theoloog Johann Hinrich Wichern met een kerstkrans met 24 kaarsen. Hij maakte de krans omdat de kinderen hem vaak vroegen wanneer het nu eindelijk kerst was.

Gerhard Lang wordt vaak de maker van de moderne adventskalender genoemd. Zijn moeder maakte voor hem het aftellen feestelijker, door 24 snoepjes op karton te plakken. Gerhard mocht iedere dag een snoepje eten, in afwachting van zijn kerstcadeaus.

Dat idee van zijn moeder inspireerde hem. In 1908 maakte hij de eerste gedrukte adventskalender.

Die kalender bestond uit twee gedrukte delen: een pagina met 24 plaatjes om uit te knippen en een andere kartonnen pagina met 24 doosjes, elk met een gedicht. Kinderen konden de afbeeldingen uitknippen, het gedicht lezen en de afbeelding vervolgens op de daarvoor bestemde doos bevestigen.

Pas eind jaren vijftig kwamen er adventskalenders met chocolade achter ieder luikje.